SCULPTUREN IN OPEN RUIMTE

De noodzaak om met mensen te dialogeren is een van de belangrijkste drijfveren in de creaties van Tom Frantzen. Men bereikt best de mensen langs de publieke kunst, daarom nam de kunstenaar deel aan prijskampen waarvan hij er belangrijke won in binnen- en buitenland.

De Zuiveringsengel

(werk uit 1984, gerealiseerd in het groot in 2000, Augustijnenklooster Gent)

Het beeld is een symbolische aanklacht tegen enerzijds de chemische oorlogsvoering wereldwijd – wereldoorlog 1 is nooit veraf - en de natuurverontreiniging en de intellectuele pollutie anderzijds.
De vredelievende engel verstikt, kan niet meer op zijn trompet blazen en wordt bijgevolg agressief.
In oorsprong was het beeld bedoeld voor een dak in Brussel, op die manier verwijst het beeld naar de aartsengel Michael, de patroonheilige van Brussel.
Het beeld is gemaakt in epoxy, er bestaat een bronzen versie van.

The Congo I presume

(1997,Tervuren Afrikaans museum)

Dit beeld werd ingehuldigd op het eeuwfeest van de Koloniale Tentoonstelling van 1897. Het werd ontworpen om terug een evenwicht te maken tussen het Koloniënpaleis en de Wereldschool die nooit gebouwd werd. Bij de dood van Leopold II besloot de Belgische staat de werken stil te leggen.
Het is een dubbelzinnig beeld dat enerzijds een eerbetoon is aan de Koningbouwer , voorgesteld door het monumentale blokkenspel van de sokkels, en anderzijds anti-kolonialistisch is. De humoristische woordspeling van de titel doet ons nadenken over de inhoud van het beeld. Wanneer men de drie krijgers bekijkt zien we dat ze in identieke positie staan zoals soldaten die de wacht houden. Ze hebben ook geen voeten. Deze twee eigenschappen drukken uit dat ondanks hun mooie culturele klederdracht ze geen bewegingsmogelijkheid hebben . Ook de olifant is ambigu. Hij wordt vaak gebruikt als symbool voor een mooi en krachtig Afrika maar doet er ons aan herinneren dat hij uitgeroeid werd voor zijn ivoor.
De leeuw die België voorstelt draait zijn kop weg van de Koning en kijkt in de richting van de plaats waar de werken stopgezet werden.
Erg inspirerend voor de kunstenaars uit die tijd was de pauw. Hij herinnert ons eraan dat Leopold II veel opdrachten gaf aan de kunstenaars zowel in en op de gebouwen als voor openbare plaatsen en parken.
De flamingo’s staan symbool voor de migratie tussen Afrika en Europa.

De Bandundu Water Jazz Band

(2005, Tervuren)

Tom Frantzen gebruikte de cirkel van de rotonde als uitgangspunt voor het creëren van een cirkelspel waaraan ook de automobilisten deelnemen.
Ontworpen om Tervuren te vertegenwoordigen en om haar bezoekers of voorbijgangers te ontvangen, laat de beeldhouwer zijn Jazz Band van Afrikaanse waterdieren het Museum uitkomen.
Het Park wordt door opeenvolgende cirkels van gazon, water en beton gesymboliseerd. De cirkels in beton zijn geconcipieerd volgens de structuur van waterleliebladeren en zien eruit als grammofoonplaten die draaien. De waterstralen vormen een chaotisch ritme van halve cirkels.

Metafoor

(1990, Shikanai prijs, Hakone, Open-Air Museum, Japan)

Net als een meteoriet die zijn inhoud verspreidt, opent de gladde bol zich als een baarmoeder die allerlei vreemde wezens in de ruimte slingert, waarbij het mysterie van het plotselinge leven volledig blijft. Bedoelde wezens zijn symbolen van lust, macht, geweld en mythische energie.

Metafoor

Running Culture

(1991-1992, Manzu prijs, Utsukushi-Ga-Hara, Open Air Museum, Japan)

Dit beeldhouwwerk laat een visie van cultuur zien die lijkt te bewegen, die zich schokkend aan alle kanten door de media beweegt, maar die in werkelijkheid heel langzaam evolueert.
Men ziet de verplichte beelden in een warboel elkaar verdringen, als een hoop overbodig schroot, met een niet ophoudende spiraalvormige beweging, terwijl het langzame van de slak ons terugbrengt op de tijdslijn.

Onder dezelfde hemel

(2004, Sint-Pieters-Woluwe)

De levenskolom in onmetelijke, onvergetelijke blauwe steen, door duizenden manchetslagen gekwetst, blijft overeind, onwankelbaar.
Op de top draagt zij de wereld in zijn meest extreme kwetsbaarheid: het ei, waarvan de bronsgepolijste schaal zich voor al het mogelijke opent, voor de toekomst waarop wij onze hoop vestigen.
De vogels, symbool van wedergeboorte, nemen in hun geweldig elan dit geloof in morgen mee naar een broedercontinent, waarmee wij zoveel uitgewisseld hebben, zowel vriendschap als verraad, liefde als hebzucht.
Zij zullen ergens in de lucht, waaronder wij allen leven, samenkomen met de vogels van Epaphrodite Binamungu, de Rwandese artiest, die ze met eenzelfde beweging vanuit Kigali losgelaten heeft. Wanneer het opnieuw begon, na de zonvloed, zagen wij eerst de vogels

De Trouw

(2001, Paradisio Domaine de Cambron)

Oorspronkelijk werd deze beeldengroep ontworpen voor de tuinen van de Chatmikaze, maar hij kreeg zijn ware bestemming in het Park van Paradisio.
In deze satirische fontein gaat het serieuze ooievaarskoppel naar Burgemeester Pelikaan, symbool van Paradisio. Deze "zevert" in het trouwboek.
Aan de festijntafel eet mevrouw Bidsprinkhaan een kreeft, waarschijnlijk ter herinnering aan haar voormalige echtgenoot. Haar nieuwe gezel eet kommerloos een dioxinekip. Beiden worden bediend door meester Boxer.
Op de dansvloer dansen allerlei niet altijd bij elkaar passende koppels "rock & roll". Het ritme wordt aangegeven door een aquatisch orkest. 
Het feest kan zo dag en nacht verder duren, seizoen na seizoen tot groot plezier van het publiek.

Monument Jan Cornelis Van Rijswijck

(1997-2006, Napoleonkaai, haven van Antwerpen)

Het beeld bestaat uit een minimalistische structuur in cortenstaal en de bronzen figuur van Jan Cornelis Van Rijswijck die mede aan de basis van de moderne ontwikkeling van de haven van Antwerpen ligt. De structuur is interactief en suggereert de scheepvaart (de plaat) en de industrie(de buis). De trap is symbool van de toekomst en zijn draaibeweging rond de voorsteven van het schip en de schouw onderstreept de binding tussen de scheepvaart en de industrie.
Jan Cornelis Van Rijswijck staat aan de railing van een schip of van een fabriek, klaar om de mensen toe te spreken.
Het sociale aspect van zijn karakter en zijn activiteit wordt gesuggereerd doordat iedereen bij hem kan komen en vanaf het platform het prachtige perspectief van de dokken naar het noorden en eveneens de opening van de haven kan aanschouwen. Van die plaats kan men wegdromen in de wijde wereld.

Renaissance van de droom en De eerste droom van Saint-Exupéry

(2007, Steenokkerzeel)

De opdracht was een tweeledig beeld te maken op de opeenvolgende rotondes langs het vliegplein te Steenokkerzeel.

Aan het eerste rondpunt in het dorp staat er een grote grijze muur om het geluid af te schermen. Hij is niet erg mooi maar heeft de interessante eigenschap erboven enkel lucht te laten zien. Dat feit inspireerde de kunstenaar om een beeld te creëren dat ertoe neigt de muur te overstijgen naar de lucht. De Renaissancemens was de eerste die zijn eigen lichaam en de vlucht van vogels grondig bestudeerde om zich in de lucht te verheffen. Op de grond werd een cirkel in beton geconcipieerd. Een gevleugelde man komt de cirkel binnengelopen en volgt de beweging van zeven wilde zwanen die eveneens lopen en opstijgen. Het geheel vormt een stijgende boogbeweging in de richting van de muur. Boven dit rondpunt dalen de vliegtuigen. Vijfhonderd jaar geleden is de mens niet erin geslaagd om te vliegen.

Aan het tweede rondpunt staat men vijfhonderd jaar verder. De mens kan vliegen, dankzij menigvuldige pioniers. Een van de sympathiekste dezer, tevens litterair gevoelige kunstenaar, is Antoine de Saint-Exupéry. Hij wordt voorgesteld als een kindje van vier jaar oud, zittend op een vogel.

Ruimtelijk gezien, bevindt het eerste rondpunt zich in een eerder gesloten ruimte. Vandaar de ontsnappingsbeweging in het beeld. Aan het tweede rondpunt is de ruimte open. Daarom is de beweging in de hoogte. Het geheel wordt geschraagd door een minimalistisch betonnen plaat die doet denken aan de staart van een vliegtuig. Boven in de plaat is er een rond venster waardoor een groep kraanvogels vliegt. Ze drukken zowel het dalen als het stijgen uit in een continue beweging, wat de activiteit van Belgacontrol (de opdrachtgever) weergeeft. De vogels komen uit de lucht, vertragen en vliegen door het venster, en vertrekken opnieuw. Op de voorste vogel die los komt en naar de hemel stijgt, zit een kindje wiens droom realiteit geworden is.

Li Belle Hippo

(2009, Museum voor Schone Kunsten Doornik)

Dit beeld werd ontworpen om de ruimte onder het glazen dak, ontworpen door Horta, van het Museum voor Schone Kunsten van Doornik te animeren. De beeldhouwer droomde ervan om van dit dik en massief lichaam een gewichtloze juffrouw te maken die in deze ruimte rond fladdert. Haar delicate libel vleugels passen perfect met de art nouveau metalen structuur van het glazen dak. De purperen kleur van haar lichaam geeft een tonische hedendaagse noot aan de klassieke beelden collectie in witte marmer die zich beneden bevin

De Sprong

(2014,Kinderdagverblijf De Sterretjes - Sterrebeek)

De beweging geeft de richting van de ingang aan. Een "aapinnetje" bestuurt de eerste antilope en houdt de horens vast zoals het stuur van een moto.

Het Schildersatelier

(2015, Tervuren, Kerkstraat)

Deze beeldengroep bevindt zich in het portaal van het voormalig museum van de School van Tervuren.
Het werk biedt een humoristische kijk op de School van Tervuren, refererend zowel naar de 19de eeuwse landschapschilders als naar de portretschilderkunst.
De aap/schilder interpelleert de voorbijganger en ontlokt hem / haar, een glimlach: een spel van bekijken en bekeken worden.
De kat die uit de façade komt verbindt de binnenruimte van het atelier met de buitenruimte.